De vorderingen van leerlingen worden op diverse manieren in de gaten gehouden. Allereerst zal de vakdocent de leerling feedback geven tijdens lessen en door middel van diagnostische oefeningen en toetsen. Daarnaast zijn er ook toetsen, overhoringen, verslagen en practica die een cijfer opleveren dat meetelt voor de bevordering naar een volgend leerjaar. De cijfers worden genoteerd in het leerlingvolgsysteem Magister. De school werkt met een voortschrijdend gemiddelde. Er zijn dus geen periodecijfers, maar alle behaalde cijfers tellen allemaal mee voor het jaarcijfer, soms met een verschillende weging. Bij de overgang wordt gekeken naar het afgeronde jaarcijfer. Via Magister hebben ouders en leerlingen inzage in de actuele stand van het jaarcijfer, behalve bij leerlingen die 18 zijn geworden. Zij hebben zodra ze 18 zijn de keuze om de ouders wel of geen toestemming te geven voor inzage cijfers.
Omdat het voortschrijdend gemiddelde altijd in Magister staat is het verstrekken van tussenrapporten niet nodig. Aan het eind van een schooljaar krijgt een leerling wel altijd een rapport mee naar huis.
Voor ouders en leerlingen wordt vier keer per jaar een avond georganiseerd om te praten over het welzijn en de schoolontwikkeling van hun kind. De leerling is hierbij aanwezig. In leerjaar 1 en 2 zijn dit twee mentoravonden, waarbij de leerling samen met de mentor het gesprek met de ouder voorbereidt; het zogenaamde driehoeksgesprek. Vanaf leerjaar 3 is dit een mentoravond. De leerling geeft aan welke ontwikkeling hij tot dan toe heeft doorgemaakt en met welke aandachtspunten hij aan de slag gaat. Alle ouders en leerlingen worden hierbij verwacht.
Naast de twee mentorenavonden is er voor alle leerlingen en hun ouders de mogelijkheid om op twee avonden met vakdocenten te spreken. Voor deze avonden kunnen leerling en ouder zich inschrijven.
Als er bijzondere zaken spelen, kunnen ouders vanzelfsprekend ook tussentijds contact opnemen met school. De eerst aangewezen persoon daarvoor is doorgaans de mentor.