Academische vaardigheden

acva) in de onder- en bovenbouw. Hiermee willen we voorzien in een behoefte die onze oud-leerlingen, de universiteiten én de overheid uitspreken: het vwo moet beter aansluiten op de vaardigheden die centraal staan in het vervolgonderwijs. Concreet betekent dit dat vaardigheden zoals onderzoek doen, verslagleggen en gegevens verwerken moeten worden ondergebracht in ons curriculum. Daarnaast zouden juist ook bredere vaardigheden zoals samenwerken, probleemoplossend vermogen, plannen en creatief en kritisch denken centraal moeten staan. Dat is dan ook wat wij op school voornamelijk willen bereiken met de leerlijn academische vaardigheden: we willen dat leerlingen een kritische en onderzoekende houding ontwikkelen en behouden, dat ze niet verleren nieuwsgierig te zijn en dat zij zo meer expliciet in aanraking komen met het pre-wetenschappelijke karakter van het vwo.

We beginnen met acva in de tweede helft van klas 1 met twee lesuren per week. We laten leerlingen in een module wetenschapsfilosofie eerst nadenken over wat wetenschap – en dus de ‘w’ in ‘vwo’ – nu precies inhoudt. Daarna laten we ze kennismaken met de onderzoekscyclus: een stappenplan dat als handvat dient voor de aanpak van elk groter (onderzoeks)project. Deze cyclus zal een leidraad zijn voor alle projecten bij acva, in alle jaarlagen. Zo kunnen leerlingen de stappen goed internaliseren. Na de lessen waarin de onderzoekscyclus centraal staat, gaan leerlingen in groepen zelf aan de slag met een onderzoek rondom het thema duurzaamheid. Het vak wordt steeds verder doorontwikkeld  en heet vanaf schooljaar 2020-2021 wetenschapsoriëntatie.

In klas 2 krijgen de leerlingen vanaf schooljaar 2019-2020 in de eerste helft van het schooljaar twee uur acva per week. We concentreren ons dan op twee onderzoeksgebieden: één periode werken leerlingen aan een alfa-onderzoek rondom taalkunde, de andere periode werken ze aan een gamma-onderzoek rondom het vrijemarktprincipe. Ze passen nu dezelfde onderzoekscyclus toe, maar de methoden die ze uitvoeren en de hoeveelheid sturing die ze daarbij krijgen verschillen met die in klas 1.

In klas 3 volgen de leerlingen acva gedurende één lesuur per week waarbij het accent ligt op het verder uitdiepen van de onderzoeksopdracht met expliciet aandacht voor academisch schrijven. Ook is er expliciet aandacht voor samenwerken, met name feedback geven vanuit het waarderend perspectief. In klas 3 krijgen de leerlingen twee onderzoeksopdrachten:

  • één uit de bètawetenschappen met een experiment (1e half jaar) en;
  • één in het toekomstige profiel van de leerling (vakoverstijgend) (2e half jaar).

In klas 4 en 5 vindt acva plaats in een projectweek in maart. In klas 4 doen leerlingen in groepen een week lang onderzoek  binnen  een  thema. Vorig jaar was dat ‘De stad van de toekomst’. Leerlingen krijgen dan de opdracht om voor één subthema (bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid, technologie) te onderzoeken wat de uitwerking daarvan zou kunnen zijn in een toekomstige leefomgeving. Om tot een ontwerp te komen volgen ze de onderzoekscyclus en krijgen ze hoor- en werkcolleges die hen helpen bij het voltooien van de onderzoekstappenIn klas 5 is er een verkorte projectweek met een vergelijkbare opzet. Het einddoel is daar het schrijven van een eerste opzet voor hun eigen profielwerkstuk. Hierbij staan naast de colleges intensieve contactmomenten met begeleiders centraal. Door leerlingen meer te begeleiden, een helder begrippenkader te schetsen en colleges aan te bieden die leerlingen op weg kunnen helpen, hopen we dat leerlingen meer kunnen halen uit hun profielwerkstuk en het proces dat daarbij hoort.

Onze keurmerken en samenwerkingen