Je ziet deze tekst omdat de opmaak voor deze website niet is ingeladen. Dat kan een paar redenen hebben:

  1. Er is iets fout gegaan, de opmaak is bijvoorbeeld niet overgekomen. De opmaak voor deze site wordt in een apart bestand opgeslagen. Probeer de pagina te vernieuwen om het probleem op te lossen.
  2. De opmaak is uitgeschakeld in de browserinstellingen. Kijk bij de instellingen van je browser naar CSS of Cascading Style Sheets, of iets dergelijks.

Spring voorbij menu
Spring naar hoofdinhoud

Geschiedenis van de Sovjet Unie

Geplaatst door: Matthijs Melissen
Laatst gewijzigd: 29 augustus 2003


 

onderwerp: De SU onder Gorbatsjow

 

Inleiding

 

Doel van deze lezing is niet u een chronologisch overzicht te geven van de gebeurtenissen in de S.U. onder Gorbatsjow. Aan de hand van een aantal voorbeelden zullen kernproblemen in het SU-imperium behandeld worden tot 5 september 1991: het einde van de SU.

 

Ter sprake zullen komen: de sociologe Tatjana Zaslawskaja (de raadgeefster van Gorbatsjow's perestroika), de erfenis van het Brezjnew-regime, de 'Chroestjowgeneratie', onder andere de carrière van M.S.Gorbatsjow, het Stalinisme (Koeropati's massagraven), de Russische 'mentaliteit', het nationalisme in Oezbekistan en Rusland zelf, het activisme aan de basis, de verkiezingen van voorjaar 1990 en de 'zelfmoord-coup' van 1991.

 

 

Bronvermelding en literatuuropgave.

 

 

 

Sociologie: een revolutionaire wetenschap?

 

 

In Siberië ligt Nowosibirsk, een industriecentrum in de ijswoestijn, zeer afgelegen en geisoleerd. In 1957 werd hier de academische stad Akademgorod opgericht - een initiatief van de econoom Abel Aganbegian. Hoewel ver verwijderd van de bewoonde wereld, genoten academici die er naar toe kwamen een zekere mate van vrijheid: een 'enclave' van vrijheid in het totalitaire Rusland. Men kon er geheim onderzoek doen. De sociologe Tatjana Zaslawskaja kon (ondanks het verbod van de sociologie ten tijde van Brezjnew - een 'burgerwetenschap') er een empirisch onderzoek doen, dat later bekend is geworden als het 'Nowosibinsk-rapport '(1981) en zich baseerde op reële cijfers met behulp van economische statistiek en wiskunde: uit het verslag bleek dat het keurslijf voor de industriële managers te groot was, het werkklimaat onder de arbeiders onder nul, het alchoholisme schrikbarend, de economie van de SU te weinig marktgericht en de techniek hopeloos verouderd. Het gaf een ander beeld van de werkelijkheid dan de 'politiek van de leugen', die door het regime Brezjnew in stand gehouden werd.

 

 

 

De 'erfenis van het regime Brezjnew (1964-1982)'

Cynisme en leugen

Een Russische politieke mop over drie regimes in de SU.

'Een trein komt tot stilstand'

Stalin: Schiet de technici dood. Stuur het treinpersoneel naar Siberië. Haal nieuwe mensen.

Chroesjtsjow: Laat het treinpersoneel vrij en zet de mensen weer aan het werk.

Brezjnew: Haal de gordijntjes neer en laten we doen alsof we rijden.

 

Na de Tweede wereldoorlog is de SU verstedelijkt. Het platteland loopt 'leeg'. Via het onderwijs ontstond een ontwikkelde en minder slaafse generatie dan ten tijde van Stalin. Er groeit een stedelijke (universitaire) middenklasse, die meer welvaart wil en ontevreden is. De intelligentsia (o.a. dissidenten) wachten op veranderingen.

De onvrede richt zich op de chronische tekorten op allerlei gebied (voedsel, kleding, woningen), waardoor hamsteren noodzakelijk wordt, de lage lonen op het platteland en in de fabrieken, het stagneren van het transport-, en distributie-systeem, waardoor oogsten wegrotten en de 'corrupte maffia' van ministers en hoge partijfunctionarissen, die via de communistische partij een absolute macht bezitten. Er bestaat een 'schaduweconomie', in de vorm van een illegale zwarte markt (met illegale millionaires), naast de officiële. Arbeiders in dezelfde fabriek werken overdag legaal en in de avonduren voor de zwarte markt.

De oorlog in Afghanistan schept een hafverloren generatie, die vervreemdt van het regime.

De leugen is dat het Brezjnew-bewind het socialistische systeem en haar verdiensten verheerlijkt terwijl de realiteit anders is. Een leugen die gepersonifieerd wordt door de persoonlijkheidscultus rond de zieke en seniel wordende Brezjnew.

Brezjnew moest tijdens een plechtigheid een krans leggen. In plaats van rechtsaf te gaan om bij het monument te komen, dreigde hij rechtdoor te lopen, de menigte in. Op het allerlaatste moment kon Tsjernenko een ramp voorkomen door hem letterlijk een ruk naar rechts te geven.

 

Tijdens de laatste jaren van de periode Brezjnew (1964-1982) maakt Gorbatsjow carrière. Na de dood van Brezjnew komt eerst de hervormingsgezinde Andropow (tot 1984) en later Tsjernenko (maart 1985 overleden) aan de macht.

 

 

 

 

 

De 'Chroesjtsjow-generatie'

De carrière van M.S. Gorbatsjow

 

M.S.Gorbatsjow is geboren in 1931 te Priwolnoje (1600 km van Moskou, in het noorden van de Kaukasus) in het vruchtbare gebied tussen de Wolga en de Don ('zwarte aarde'). De gedwongen collectivisatie onder Stalin bereikt haar hoogtepunt: in 1932-33 zijn er gedwongen graanleveranties en hongersnood in Priwolnoje (een derde deel van de bevolking stierf). In de Kaukasus worden 6 millioen 'koelakken' met geweld onteigend en gedeporteerd.

Het gezin Gorbatsjow leefde in armoedige omstandigheden in een lemen hut buiten het dorp met een moestuin, zonder stromend water en verwarming. De ouders werken op de kolchoze. In 1941 moet de vader in dienst. De Duitsers bezetten 5 maanden Priwolnoje, waar zij alle voedsel wegslepen (1942). Van 1946-1948 werkt Gorbatsjow met zijn vader op het land ('Orde van het Rode Vaandel van de Arbeid': oogstprijs). Gorbatsjow gaat naar de middelbare school in Krasnogwardessk: iedere week moet hij 25 km lopen naar school (in het weekend is hij terug in het dorp).

Tijdens zijn studententijd (rechten in Moskou) leeft hij in armoedige omstandigheden met 16 medestudenten in 1 kamer. Hij maakt kennis met Raisa Titorenko (huwelijk in 1954). Gorbatsjow wil een politieke carrière volgen: hij wordt de Komsomolorganisator van de rechtenfaculteit. Oprechte droefheid bij de dood van Stalin bij vele Russen: nationale ramp.

In 1956 vindt de breuk met het Stalinisme plaats: Chroesjtsjow's rede maakt een verpletterende indruk, vooral op de studenten. Het geloof in 'God' Stalin wordt vernietigd.

Gorbatsjow wordt van 1955-1978 partijleider in Stawropol Krai. Als beschermheer in de partij heeft hij de regionale partijleider Koelakow, die connecties heeft in Moskou. Gorbatsjow studeert op het landbouwinstituut waar hij o.a. les krijgt van Raisa (filosofie, sociologie). Gorbatsjow komt in contact met Andropow, hoofd KGB, en andere leiders omdat Stawropol een kuuroord is. Gorbatsjow valt op door zijn regionaal landbouwprogramma en wordt in 1987 naar Moskou gehaald. Als partijsecretaris voor de landbouw komt hij met nieuwe voorstellen om landbouwbedrijven meer autonomie te geven en omringt zich met geleerden en academici. Zijn plan wordt verworpen. Na de dood van Brezjnew, Andropow en Tsjernenko wordt hij de nieuwe partijsecretaris.

 

Gorbatsjow werd in het Centraal Comité van de partij gekozen dank zij de afwezigheid van twee conservatieve leden (op reis in het buitenland). Geruchten gaan dat de zuurstofkraan van de in coma liggende Tsjernenko juist op dat moment werd dichtgedraaid.

 

 

De open wond van het Stalinisme

Koeropati

 

 

Gorbatsjow begint met 'glasnost' (glas=stem) in 1986. Gematigde hervormingen komen op gang: er komt persvrijheid. Gorbatsjow neemt telefonisch contact op met Sacharow. Er komen publicaties over de oorlog in Afghanistan, stakingen, Azerbeidzjan, Baltische staten, Georgië en een stroom van kritiek op de partijheerschappij, het marxisme-leninisme. Het Stalinisme wordt scherp veroordeeld.

Koeropati:

De archeoloog Pozniak toont aan de pers de massagraven rond Minsk (Koeropati). In de bossen vonden van 1937 tot en met 1941 iedere dag massa-executies plaats door de NKVD. De zuiveringen van Stalin kostten 250.000 mensen in Koeropati het leven. Allen werden met een nekschot gedood, hun lijken geplunderd en neergegooid in graven van 10 meter lang, 3 meter diep, laag op laag. Opsporingsambtenaren kregen voor arrestatie van contra-revolutionairen 150 oude roebels. Hun 'qoutum' was 2 mensen per dag. Dergelijke massagraven worden steeds meer ontdekt rond Kiew, Moskou en vele andere steden.

Geschiedenisboeken worden herschreven: de waarheid moet naar boven komen (o.a. het Hitler-Stalinpact, de inval in Ts.Slowakije). De massamedia (vooral de televisie) spelen een grote rol. Voor het eerst zien de Russen de val van de Berlijnse muur en de regimes in Oost-Europa zonder censuur.

 

'De Russische mentaliteit'

 

Het Stalinisme en 70 jaar socialisme bracht niet alleen terreur en angst, maar kweekte ook een bepaalde mentaliteit onder de Russische bevolking. Men kan twisten over het feit of eeuwenlange tsaristische overheersing de Russische ziel niet slaafs gemaakt heeft, de Stalinistische praktijken hebben diepe sporen achter gelaten onder de Russische bevolking.

Russen zijn gevoelig, warm en emoties worden hoger gewaardeerd dan het verstand. Onvriendelijker kanten van de Russen zijn het escapisme, de onhandelbaarheid, lusteloosheid ten opzichte van het werk en jalouzie tegenover mensen die vooruit willen komen.

Het 'klaplopersocialisme' betekende een grote belemmering voor de perestroika of hervormingen. Kort samengevat: 'zij doen alsof ze ons betalen, wij doen alsof we werken'. De Russische bevolking is afhankelijk geworden van allerlei (zeer kostbare) subsidies op allerlei gebied (huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg, brood, melk, aardappelen). Werkloosheid (ontslagen) is er niet. 'Kruimeldiefstallen' en een 'dubbele boekhouding' met nepstatistieken om de vereiste productie te halen, zijn ingeburgerd.

Angst voor de hervormingen en onzekerheid voor de toekomst leiden tot een afwachtende houding onder allerlei lagen van de bevolking. De bevolking wil wel doelmatige productie, maar is bevreesd voor de prijsstijgingen als de subsidies worden afgeschaft. Arbeiders zijn bevreesd voor veranderingen: liever hebben zij lage lonen en slechte werkomstandigheden dan het risico ontslagen te worden in een coöperatie (= Russische privé-onderneming). Industriële managers willen wel veranderingen, maar zijn tevens bevreesd voor de concurrentie van de vrije markt en het verlies van gunsten, voorraden en hulpbronnen van de staat. De Russische bevolking is niet gewend aan een productie die op de individuele behoefte van de consument is afgestemd. De productie was afgestemd op kwantiteit en niet op kwaliteit.

Bijvoorbeeld: de monotone en afschuwelijk slechte woningen in Moskou waren niet afgestemd op de mensen die er moesten gaan wonen. Het aantal woningen wat geproduceerd werd, was van belang. 'Het individu is niets'.

De hervormingen zullen geboycot worden door de 'nomenklatoera': het omvangrijke partijapparaat dat onder het bestaande systeem allerlei voordelen had (datsja's, auto's, betere gezondheidszorg).

De problemen rond perestroika

Landbouw

'Oeralmash'

De coöperatie

 

Tot 1987 (maatregelen voor de industrie) en 1988 (landbouwhervormingen) had Gorbatsjow 'traditionele' hervormingen ingevoerd. De bestrijding van het alchoholisme, het verbeteren van de arbeidsdiscipline, het creëren van superministeries, die alles moesten regelen en het ontslaan van corrupte, incapabele ambtenaren.

Landbouw

In China was onder Deng Xiao Ping in 1984 de decollectivisering van de landbouw begonnen: de boerencommunes werden ontmanteld, het land in exploitatie gegeven aan individuele families, die een deel van de opbrengst aan de overheid afstaan en de rest van de oogst ten eige bate verkopen. De landbouwprijzen werden verhoogd. Het gevolg was een enorme opbloei van landbouw-, en kleine toeleveringsbedrijven (huizenbouw, textiel). De groei bedroeg in 1 jaar 52,9%. Heden ten dage groeit de Chinese economie met meer dan 8% per jaar.

Gorbatsjow begint pas in 1988 met landbouwhervormingen volgens het 'Chinese model'. Toch zal zijn programma geen succes hebben. 'Het land aan de boeren': land werd voor 50 jaar verpacht aan particulieren. Er kwam een jaarlijkse productiedoelstelling voor de staat: de meerproductie mcocht men zelf verkopen. Pachters regelen zelf het bedrijf: het kopen van zaaigoed, kunstmest en het huren van machines van collectieve boerderijen.

Veel boeren durven echter niet te pachten. De prijzen voor hun producten zijn te laag, er is geen credietsysteem, er zijn geen goede verkoopmogelijkheden, het distributie-, en transportsysteem is slecht en hun angst is groot. Angst niet alleen voor het risico, maar ook voor de reactie van de communistische nomenklatoera, die nog steeds allerlei barrières kan opwerpen.

Voorbeelden: vaak weigerden (opzettelijk) de collectieve staatsboederijen hun machinepark te verhuren aan pachters. Benodigd zaaigoed werd niet geleverd. Er is geen wet die het privé-bezit en eigendom van land erkent. Vele boeren vrezen dat de pachtwet door het conservatieve verzet weer zal worden ingetrokken en herinneren zich de repressie van de koelakken in de jaren dertig. In het Politburo is het de conservatieve Ligatsjew, die de hervormingspolitiek van Gorbatsjow tegenwerkt en onder hem de 3 millioen ambtenaren en functionarissen die belang hebben bij het bestaande systeem van collectieve landbouw.

 

'Oeralmash'

 

In 1987 liet Gorbatsjow een economisch manifest publiceren voor de industrie. Kern van het plan was om zowel een markteconomie door te voeren als vast te houden aan de planning volgens het oude Gosplan. De uitvoering van het manifest mislukte zoals we zullen zien aan het voorbeeld van 'Oeralmash'.

Gorbatsjow's economisch manifest wilde meer autonomie voor industriële managers, richtte zich tegen het systeem van vaste prijzen, omdat dit leidde tot subsidies voor de koop en verkoop van goederen en tegen het hamsteren en de verspilling op grote schaal door de bedrijven.

Oorzaak was het Gosplan: ieder jaar kregen alle bedrijven in de SU een zeer dik boekwerk, waarin tot in detail werd aangegeven hoeveel er geproduceerd moest worden, welke grondstoffen het bedrijf er voor kreeg, de arbeidstijden en de lonen. Alle nadruk werd gelegd op het halen van de productiecijfers: op de hoeveelheid. Dit leidde tot allerlei misstanden:

Voorbeelden: een bedrijf produceert per jaar braaf 10.000 tractoren, maar geen reserve-onderdelen. Millioenen schoenen werden gemaakt, maar niet op maat. Bouwondernemingen bouwen zo veel mogelijk huizen en letten niet op de kwaliteit. Deze producten waren na een tijd niet meer bruikbaar of werden en masse opgeslagen, omdat niemand ze wilde (verspilling).

Investeringen in nieuwe machines werden niet gedaan, omdat het bedrijf achter zou gaan lopen bij de productie. Gevolg een verouderd machinepark. In 1987 waren er slechts 5000 computers in Rusland.

De toewijzing door het GOSSNAB (= Staatscomité voor materialen en technische bevoorrading) van grondstoffen en onderdelen aan bedrijven leidde tot hamsteren. Daardoor werden grondstoffen op de ene plaats vastgehouden (om de productie veilig te stellen), terwijl elders de tekorten schrikbarend opliepen.

Dubbele boekhouding: om de productie toch te halen werden oneerlijke cijfers (nepstatistieken) geproduceerd, die moesten aantonen dat het bedrijf wel aan de eisen voldeed.

Remedie tegen deze misstanden was de rechten van de onderneming te vergroten, de macht van de centrale instanties te beperken, een groothandelsmarkt te ontwikkelen, de prijzen vrij te laten en de macht van Gossnab af te schaffen.

Zwakke punten waren echter dat de centrale planning gehandhaafd bleef. De 'streefcijfers' van het Gosplan moesten verwezenlijkt worden, de ministeries blijven staatsopdrachten uitvaardigen voor essentiële goederen en diensten en de departementen moeten de prijs-, en kosteninflatie beperken. Van groot belang was dat er een verzekeringsfonds kwam voor arbeiders, die niet ten prooi mochten vallen aan werkloosheid.

Dit ambivalente manifest leidde al spoedig tot protest bij de machinebouwgigant Oeralmash. 70 jaar lang was Swerdlowsk een 'gesloten stad' in de Oeral: er wonen 1,6 millioen mensen. Er staan reusachtige fabrieken, waarin o.a. dwangarbeiders tewerk gesteld werden. In 1957 vond hier (zoals nu bekend) een kernramp plaats: een explosie in de kernwapenfabriek Tsjelijabinsk bij plutioniumafval veroorzaakte radioactieve straling: tientallen jaren moesten chauffeurs met hun lading op topsnelheid de wegen naar Swerdlowsk berijden met gesloten ramen.

Oeralmash is (was) het paradepaardje van het socialisme. Deze industriële gigant werd uit het niets in 1933 uit de grond gestampt. Er staan hoogovens, zware metaalpersen, hallen over een gebied van 12 vierkante kilometer. Er is een intern spoorwegnet van 160 km, er werken 50.000 arbeiders. Men heeft een eigen museum en een eigen bedrijfslied.

Oeralmash heeft het monopolie op de productie van graafmachines voor de mijnbouw, olieboorinstallaties, turbines voor krachtcentrales, hijskranen, metaalpersen, keukens en wasmachines. De jaaromzet is 1 milliard dollar.

Het machinepark heeft een uitrusting uit de jaren dertig en de fabriek het uiterlijk van een bedrijf uit de jaren vijftig.

Manager is Stroganow, die van lasser en partijsecretaris bij Oeralmash opgeklommen is tot directeur. Hij vatte de problemen van Oeralmash als volgt samen: het motiveren en vasthouden van arbeiders en de afhankelijkheid van de diverse centrale ministeries, zodat Oeralmash niet de vrije hand heeft om het productenpakket zelf samen te stellen, de prijzen te bepalen en klanten te zoeken.

Voorbeelden: het Ministerie van Handel betaalt te weinig voor de keukens die Oeralmash produceert (per keuken 135 dollar verlies). Oeralmash is verplicht 7 enorme graafmachines te maken (schep van 100 kubieke meter, een arm van 100 meter: een flatgebouw op zich), die geen rendement opleveren. Het plan van Stroganow kleinere en winstgevender modellen te maken (voor export) werd door Moskou verboden. Grondstoffen voor de productie moeten via Gossnab aangeschaft worden: bedrijven kunnen niet via een groothandelsmarkt van elkaar kopen. Oeralmash betaalt 96 millioen belasting om andere verliesgevende bedrijven te steunen. Een verzoek om betere woningen voor arbeiders werd afgewezen. Veel arbeiders willen vertrekken vanwege de lage lonen en slechte werkomstandigheden. Door het tekort aan mensen is de productiecapaciteit verminderd met 60%.

 

De coöperatie

In 1988 geeft Gorbatsjow toestemming tot het oprichten van coöperaties: de Russische naam voor zelfstandige particuliere ondernemingen. Hierdoor wil hij de 'schaduweconomie' en de 'zwarte markt' uitschakelen. Bedrijven die tot dan toe illegaal opereerden met steun van corrupte politici kunnen nu 'bovengronds' gaan werken.

De coöperaties ontstaan op allerlei terreinen: van restaurants, toiletten, computers tot particuliere banken. Hoewel er genoeg interesse is voor het privé-ondernemerschap, wordt door de conservatieve nomenklatoera (Gossnab, Gosplan, ambtenaren en lokale partijbonzen) de coöperatieve beweging in de praktijk tegengewerkt.

Voorbeeld: 'Bakstenen als geld'. De ondernemer Masarski bouwt huizen en produceert bakstenen: een geliefd product in heel Rusland. Masarski stichtte een coöperatie, die succes had. Hij koesterde plannen om een wegenbouw-onderneming en geprefabriceerde woningbouw op te zetten waarin veel hout verwerkt werd. Zijn plannen werden gedwarsboomd door de lokale partijambtenaar, die weigerde om hem hout te leveren (volgens de instructies van Gossnab) hoewel grote hoeveelheden hout lagen te rotten in de buurt van Masarki's bedrijf. Masarski loste de levering van hout op door ruilhandel: hij beloofde houtbedrijven uit andere streken de levering van een hoeveelheid bakstenen, indien deze hem het hout zouden leveren.

 

De 'vergeten' kracht van het nationalisme

De SU valt uiteen

Oezbekistan en Rusland

 

Het is onmogelijk de vele ethnische en nationale conflicten in de voormalige SU te behandelen. Ik heb mij beperkt tot de situatie in de Centraal-Aziatische Republiek Oezbekistan en de republiek Rusland, hoewel niet vergeten mag worden dat conflicten in Georgië, Armenie, de Baltische staten, de Oekraïne, Wit-Rusland, Kazachstan en vele andere gebieden een minstens even belangrijke rol speelden in het Russische drama.

 

Gorbatsjow had geen rekening gehouden met het sterk groeiende nationalisme in de SU-republieken. Uiteindelijk zal het nationalisme leiden tot de ineenstorting van het SU-imperium (5 september 1991).

 

 

Oezbekistan: de wortels van het nationalisme

Oezbekistan heeft een rijke historie: menselijke sporen van 100.000 jaar geleden, Chiwa is een 5000 jaar oude nederzetting en Alexander de Grote verovert in 329 v.chr. Samarkand (een belangrijke stad). In 751 n.chr vindt bij Tasjkent de slag van Talas plaats: de Arabieren verslaan de invallende Chinezen. De Arabische cultuur en Islam zullen Oezbekistan sterk overheersen. Na de verovering van Samarkand door Dzjengis Khan (de Gouden Horde) in 1220 nchr., wordt Samerkand in 1370 n.chr.weer opgebouwd door Tamarlane, de grote strijder en koning (én nationale held) van Oezbekistan, de stichter van een Groot-Centraal Aziatisch Rijk. Zijn zoon Oeloen-Beg bouwt een observatorium bij Samarkand en vormt het om tot een centrum van Islamitische cultuur.

Oezbekistan wordt gerekend tot de Centraal-Aziatische Republieken met Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan en Turkmenistan en vormt met deze gebieden een subcontinent, waar de invloed van de Islam sterk gebleken is ondanks de russificeringspolitiek en het stalinisme.

De bevolking is donker en doet denken aan de volkeren van Mongolië, Iran, Afghanistan en Noord-West China. Het Oosterse karakter van Oezbekistan wordt versterkt door het handhaven van Islamitische gebruiken: gearrangeerde huwelijken, het vasten, de mannelijke overheersing in de maatschappelijke structuur, het netwerk van stammen en familieverbanden en de islamitische begrafenis met een moella. Een bezoek aan het graf van koning Tamarlane is traditie.

Reeds ten tijde van het regime Brezjnew baarde Oezbekistan zorgen voor de regering in Moskou: het opkomend moslim-fundamentalisme in Iran, de inval door de SU van Afghanistan zouden moeilijkheden kunnen veroorzaken onder de bevolking: een bevolking die sterk toenam tot 50 millioen (ondanks vele ziekten) (23% van 1979-1989).

'Katoenkolonialisme'

'Katoen is het witte goud van Oezbekistan. Een onderzoek door Gdlyan (1989) onder druk van de hervormers van glasnost toonde de enorme corruptie aan ten tijde van Rasjidow, de feodale heerser van Oezbekistan en vriend van Brezjnew. Brezjnew eiste totaal onrealistische katoenquota van Oezbekistan (6 millioen ton). Het gevolg was dat in valse rapporten uit Oezbekistan honderdduizenden hectares katoenvelden vermeld werden, die niet eens bestonden. Voor de fictieve opbrengst van deze onvindbare katoenvelden werden milliarden roebels uitgekeerd, die verdwenen in de zakken van partijambtenaren, belastingophalers, gemeenteraadsleden en honderdduizenden andere betrokkenen van Oezbekistan tot in Moskou als smeergeld of zwijggeld. De Oezbeekse arbeiders kregen daarentegen lage lonen. In Oezbekistan is de werkloosheid 22,8 %. Rampzaliger was dat veel oude landbouwproducten niet meer verbouwd werden en dat daarvoor in de plaats de katoenteelt kwam. Katoen vereist veel irrigatie. Het water werd ontrokken aan de rivieren Amoer Darya en Syr Sarya, waarvan het waterpeil dramatisch daalde. De Aral Zee, die haar water ontving van deze rivieren, droogde uit. Aralsk, vroeger een vissersplaats, kwam 60 km uit de kust te liggen.

Het drooggevallen gebied van de Aral Zee leverde enorme zoutvlakten op waarvan het zout bij stormwinden verspreid werd tot honderden kilometers in de omgeving. Erger was dat het zout in de bodem kwam via de irrigatie-kanalen. Dit zoute water tastte de landbouwproducten aan (groente en vruchten kan men beter niet meer eten) en de lever en ingewanden van de bevolking. Een ecologische ramp met ernstige gevolgen voor de gezondheid van de bevolking. Katoenteelt put de bodem uit en vraagt sterke pesticiden en ontbladeringsmiddelen, welke laatste weer in het water terecht komen. De kindersterfte is enorm (43,3%) evenals het aantal ziekten (tyfus, dystenterie, hepatitis). Vrouwen en kinderarbeid op het land is gemeengoed (vanaf hun zesde jaar). Het zout dringt zelfs door in de moedermelk. Vele vrouwen hebben zich de laatste jaren verbrand (ongeveer 2 in iedere drie dagen).

Hoewel de Oezbekistani pas langzaam kwamen tot de ontwikkeling van een nationalistisch verzet tegen Moskou en langer de Communistische partij bleven steunen dan andere republieken, kwam uiteindelijk toch de roep tot onafhankelijkheid nadat Gorbatsjow glasnost en perestroika had afgekondigd.

Het Russisch nationalisme

 

Als we spreken over het herlevend nationalisme in Rusland, zijn er twee stromingen te onderscheiden.

De 'liberale, gematigde Russofielen', die een democratisch Rusland willen combineren met een gemengde markteconomie, sterk anti-stalinistsch zijn en streven naar een culturele wederopbloei van Rusland's taal en geschiedenis. Oude kerken en gebouwen dienen gerestaureerd te worden. Hun 'open denkwijze' verzet zich tegen het politieke absolutisme van rechts en romantisering van het verleden. Zij zelf noemen zich eerder 'patriotten' dan nationalisten. Andere nationaliteiten in de SU willen zij rechten toestaan.

De 'rechtse Russische nationalisten', waaronder conservatieve schrijvers als Solsjenietsin, Raspoetin en Soloekhin, zijn anti-marxistisch en geven de voorkeur aan een sterke centrale leiding. Naast de terugkeer van de tsaar, de verheerlijking van het Russische verleden en het herstel van de Russisch-Orthodoxe kerk als staatsgodsdienst, eisen zij het stopzetten van het 'westers pluralisme. Fel kanten zij zich tegen het nationalisme van andere volkeren. Soloekhin steekt in zijn werken de loftrompet over de oude Russische dorpen. Solsjenietsin wil het herstel van de monarchie. Raspoetin keert zich tegen de modernsering van de Russische maatschappij: de industrialisatie, de 20-ste eeuwse technologie, de invloeden vanuit het westen via de massamedia. Vele conservatieven menen dat de natuurlijke rijkdommen van Rusland (olie, gas, hout, goud) verkwanseld zijn door de hervormingen van Gorbatsjow, dat het sowjetsysteem de Russisch Orthodoxe Kerk heeft ontheiligd en beroofd en daarvoor een 'geestloze cultuur' in de plaats heeft gesteld. Klachten regent het over het dalende geboortencijfer, het ongeremde alchoholisme en de stijgende criminaliteit. Zij keren zich tegen de abortuswetgeving. Hun droom is het herstel van het 'Heilige Rusland'. De maatregelen van Gorbatsjow om het platteland nieuw leven in te blazen, steunen zij wel.

Uiterst rechts waaronder de Pamjat zijn uitgesproken reactionair, autoritair, antisemitisch en fascistoïde. Zij zien in de Russische revolutie van 1917 een revolutie van joden (Marx's ideeën, Trotsky als uitvoerder), eisen openlijk de monarchie terug en zien Stalin als laatste der despoten. Stalin stond onder invloed van joden als Kagnovitz (zijn rechterhand in de zuiveringen). De Pamjat lokt straatgevechten uit en verstoren joodse en liberale vergaderingen, waarbij zij gekleed zijn in zwarte T-shirts en het dubbele kruis der Romanows dragen.

Gorbatsjow heeft in zijn binnenlandse politiek nu eens de liberale hervormers gesteund dan weer de rechtse conservatieven. In de zomer van 1991 zal een bondgenootschap van neo-stalinisten in de partij met de conservatieven leiden tot een (mislukte) staatsgreep.

 

Het activisme aan de basis

De verkiezingen van voorjaar 1989 en 1990

 

Gorbatsjow wil democratisering van staat en maatschappij. Dat wil echter niet zeggen dat hij tot 1989 een volledige democratie nastreefde. Het primaat van de Communistische partij moest blijven bestaan. Pas in 1989 als de Oost-Europese regimes ineenstorten, is Gorbatsjow geneigd verder te gaan.

Het democratiseringsproces in de SU verliep traag aangezien er geen netwerk van belangverenigingen was buiten de partij om. Er waren geen onafhankelijke sportverenigingen, cultuurorganisaties, vakbonden, buurtverenigingen.

Het proces verliep bovendien met horten en stoten. Gorbatsjow improviseerde en kwam te staan tussen de radicale hervormers (Jeltsin, Sacharow) en de harde lijn van partijbureaucraten, die hun macht niet wilden afstaan. Nu eens koos Gorbatsjow de zijde van rechts, dan weer van links. Aan de 'basis' ontstond er strijd tussen de behoudende lokale partijmachine en de bevolking. Doorbraken in het democratiseringsproces waren de verkiezingen van voorjaar 1989 en 1990.

 

Ivanowo en Bratejewo

De machtsstrijd aan de basis

 

In 1989 vindt in Ivanowo een hongerstaking plaats door 4 vrouwen op het kerkplein van de Russisch Orthodoxe kerk. Iwanowo was het bolwerk van het oude communisme: hier hadden de arbeiders in de 19e eeuw zich verzet tegen de tsaar en was het stalinisme diep geworteld. De lokale partijbonzen weigeren de kerk over te dragen aan de bevolking ondanks de bevelen van Moskou:een jarenlange procedure volgt.

In Bratajewo 'groeit geen gras': het is een van de meest vervuilde buitenwijken van Moskou. De grote industrieën verpesten letterlijk de lucht en maken de stad grauw. Desondanks waren er plannen van de partij hier nieuwe sterk vervuilende industrieën te vestigen. Dank zij een harde strijd tegen het stadsbestuur en door organisatie van de mensen zelf in de wijken, slaagt de bevolking er in om een deel van de plannen te verijdelen.

De dijk breekt door

In maart 1989 worden voor het eerst verkiezingen gehouden voor het Congres van Afgevaardigden (een 'superparlement van 2250 afgevaardigden), dat later uit haar midden de Opperste Sovjet zal kiezen (542 afgevaardigden, die dagelijks bijeenkomen). Ondanks het weren van tegenkandidaten en de reservering van 750 zetels voor de communistische partij, worden veel partijleden verslagen bij de verkiezingen. Vooral in steden als Moskou en Leningrad behalen progressieven winst. Opmerkelijk is de verkiezing van Boris Jeltsin, die zijn rentree maakt in de politiek, van Sacharow, de sociologe Zwaslowskaja, Gdlyan en Afanasjew, een historicus.

Hoewel de progressieve afgevaardigden een minderheid vormen, weten zij allerlei kwesties aan de orde te stellen tijdens het Congres van Afgevaardigden en de latere bijeenkomst van de Opperste Sowjet (juni 1989).

Van zeer grote betekenis dat de televisie de debatten rechtsstreeks uitzendt. Millioenen mensen zien voor het eerst aanvallen op de partij over allerlei kwesties:

de aanval op de KGB, de eis dat de Communistische partij ondergeschikt wordt gemaakt aan de wet, de uitbreiding van de bevoegdheden aan het Congres, het afschaffen van de controle van de partij over de massamedia en de rechtstreekse verkiezing van een staatshoofd. Het meest opmerkelijk is de eis van de oppositie dat artikel VI uit de grondwet wordt geschrapt, die stelt dat de communistische partij de voorhoede is van het proletariaat. Geruchtmakend het voorstel om Lenin's lijk uit het mausoleum te verwijderen. Rellen ontstaan over de kwestie Afghanistan, waarbij Sacharow wordt overschreeuwd door de rechtse groepen in het parlement tot Gorbatsjow maant tot stilte.

In het najaar 1989 valt de Berlijnse muur en ontstaat onrust in de Baltische staten. In het Congres van Afgevaardigden en in de partij zelf groeit de tegenstelling tussen rechts en links. Links formeert het 'Democratisch Platform'(januari 1990).

In het voorjaar van 1990 vinden verkiezingen plaats voor de nationale, regionale, provinciale en lokale functies. Het gevolg is een politieke aardverschuiving.

De democraten komen in de gemeenteraden in heel Rusland (Moskou, Leningrad, Kiew, Swerdlowsk, Gorki, Wolgograd,Tsjoemen, Omsk, Archangelsk en Krasnojarsk).

In de Oekraïne behaalt de nationalistische beweging Roech overwinningen in Kiew en Lwow. In Minsk (Wit-Rusland) en Kisjinew (hoofdstad van Moldavië) winnen de nationalistisch gezinde volksfronten. In de Baltische staten worden de verkiezingen gewonnen door de nationalistische partijen. Alleen in enkele randgebieden van Centraal-Azië weet de partij zich enigzins te handhaven.

 

'Alle macht aan de sovjets'

Na de verkiezingen van 1990 ontstaat op lokaal niveau een harde machtsstrijd tussen de nieuw gekozen hervormers en het oude communistische machtsapparaat.

De strijd spitst zich in steden als Leningrad, Moskou en vele anderen toe op het overnemen van staatsbezittingen en het verkopen aan particulieren (woningen), het beheer over kranten, partijgebouwen, papierfabrieken, televisie.

Voorbeelden: in Moskou wordt een ringweg rond de stad aangelegd door een particulier bedrijf. Het stichten van coöperaties wordt vergemakkelijkt evenals het contact opnemen met buitenlandse investeerders. Een handelshuis wordt opgericht, maatschappijen op aandelen komen van de grond.

Het meest sprekende voorbeeld is misschien wel Leningrad. Ondanks de economische boycot, ingesteld door Gorbatsjow op 19 april 1990, tegen de Baltische staten (geen levering gas en olie), ontduikt de gemeenteraad van Leningrad deze boycot via ruilhandel. De Baltische staten leveren aan Leningrad stoffen, kleding, diensten en bakstenen) in ruil voor gas en olie.

De bevolking wil dat de macht bij de sovjets komt te liggen. Een herhaling van 1917.

 

De staatsgreep van 1991

Voorspel en gevolgen

 

In de zomer van 1990 werkt Gorbatsjow samen met de radicale hervormers. Jeltsin, ondertussen gekozen tot president van de Russische republiek, dient een '500 dagen' plan in, opgesteld door de econoom Sjatalin, die de Russische economie drastisch moet hervormen: erkenning privé-bezit via wet, bezuinigingen op KGB en leger, decentralisatie: de republieken krijgen de macht in handen, niet Moskou en werkloosheid zal niet meer worden tegengegaan.

Tot september 1990 werkt Gorbatsjow met Jeltsin samen, maar verandert 'plotseling' van koers. Redenen: Gorbatsjow vreest dat de SU uiteen zal vallen als de Republieken te veel macht verkrijgen. Hij dreigt zo een 'president zonder land' te worden. Bovendien neemt in de herfst de druk van de conservatieven op Gorbatsjow onder premier Ryzhkow toe. Gorbatsjow zelf vreest chaos bij de doorvoering van het '500 dagen plan'.

Gorbatsjow kiest voor het herstel van 'orde en rust'. Chaos dreigt in het hele land vanwege de rampzalige economische situatie (winter 1990-1991). Er zijn ernstige voedseltekorten, veel boeren houden graan achter om die later op de zwarte markt te verkopen (hamsteren en lege schappen in de winkels). Het nationalisme in Georgië, Moldavië, de Oekraïne, Armenië, Estland, Letland, Litauen) bedreigt de eenheid van de SU. Het leger en de KGB eisen harde maatregelen. Gorbatsjow geeft aan de rechtse generaal Jazow en de KGB-chef Kroetsjkow de vrije hand om het nationalisme de kop in te drukken. In december treedt Sjewardnadze af en waarschuwt voor een staatsgreep tegen Gorbatsjow. Van 10 tot 20 januari 1990 bezetten SU-troepen Litauen en treden de 'Zwarte Baretten' gewelddadig op in Estland.

Reacties

Er volgen grote demonstraties in de Russische steden tegen de inval van het SU-leger in de Baltische staten. Jeltsin troept soldaten op dienst te weigeren en vertrekt zelf naar Estland om de souvereiniteit van de Baltische staten te erkennen. Mijnstakingen breken uit in Siberië en de Oekraïne. Ondanks een demonstratieverbod demonstreren 100.000 mensen in Moskou om Jeltsin te steunen. Belangrijk is dat Jeltsin als president van de Russische republiek een Nieuwe Unie opricht met de Oekraïne, Wit-Rusland en Kazachstan.

Gorbatsjow - ondanks de druk van rechts - weigert om op demonstranten te laten schieten. Hij maakt opnieuw een politieke ommezwaai, nu naar links en zoekt een bondgenootschap met Jeltsin.

Het 'Negen plus één akkoord'

Op 23 april 1991 komen de regeringsleiders van negen republieken samen met Gorbatsjow. Het akkoord houdt in dat het gezag van de centrale overheid wordt overgeheveld naar de republieken, dat de Baltische staten, Georgië, Armenië, Moldavië het recht op zelfbeschikking verkrijgen, dat er binnen 6 maanden nieuwe verkiezingen zullen komen voor het Congres en dat Gorbatsjow president zal worden (leger, buitenlandse politiek, atoomenergie, communicatie).

Jeltsin (12 juni democratisch gekozen als president van Rusland) versterkt zijn positie door naar de VS te reizen als staatshoofd en zijn ambt te aanvaarden op 9 juli, waarbij hij gezegend wordt door de patriarch van Moskou.

De 'hard-liners' in de partij proberen Gorbatsjow af te zetten in het centraal-comité en zijn macht te ontnemen in de Opperste Sovjet (24 april en 13 juni). Beide pogingen mislukken.

De Communistische partij zelf loopt leeg. Millioenen leveren hun partijkaart in. De radicalen die tot dan toe in de partij waren gebleven stappen uit de partij en richten de 'Nieuwe Democratische Beweging' op onder leiding van Sjewarnadze. Een tegenbeweging van rechtse communisten sticht daarop de partij 'Communisten voor democratie'. De Communistische partij dreigt volledig vernietigd te worden.

 

'De zelfmoord-coup'

 

 

De 'samenzweerders' zijn Kroetsjkow (KGB), Poego (minister van binnenlandse zaken), Jazow (Defensie), Pawlow (premier), Baklanow (leider van het militair-industrieel complex) en Jajanew (vice-president).

Op 18 augustus om 16.50 uur wordt Gorbatsjow met zijn familie gearresteerd in zijn datsja op de Krim door Plechanow (generaal-majoor van de KGB) en Baklanow. Gorbatsjow weigert een decreet te tekenen waarin hij zijn gezag zou afstaan aan het 'noodcomité'.

Op 19 augustus om 6.29 uur meldt de SU-televisie dat Gorbatsjow 'ernstig ziek' is en als president is afgezet. Het 'noodcomité' roept de noodtoestand uit voor 6 maanden en verbiedt alle demonstraties, publicaties. De staat van beleg wordt afgekondigd in Moskou, Leningrad en de Baltische staten. Tanks rollen de straten van Moskou binnen.

Jeltsin wordt niet gearresteerd. Hij was op 18 augustus van vakantie teruggekomen uit Kazachstan en was niet naar zijn flat in Moskou gegaan, maar naar zijn datsja in Archangelskaje (20 km buiten Moskou). Hij gaat naar het gebouw van het Russische parlement in Moskou, waar zich later duizenden mensen verzamelen om het parlement te verdedigen. Jeltsin klimt op een tank en roept op tot verzet. Legereenheden in Moskou lopen over naar Jeltsin. In Leningrad weet de progressieve burgemeester Sobtsjak kolonel-generaal Samsonow over te halen geen geweld te gebruiken.

Het optreden van Jeltsin komt op de nationale televisie en leidt op 20 augustus tot mijnstakingen in Siberië, demonstraties in alle grote Russische steden (van Moermansk tot Krasnakow) en tot veroordelingen van de coup door de parlementen van de Oekraïne en Kazachstan. Estland roept de onafhankelijkheid uit. De presidenten Major en Bush zoeken contact met Jeltsin.

De nacht van 20 -21 augustus. Enkele militaire eenheden proberen de barricaden rond het parlement te doorbreken, maar deze actie mislukt (er vallen 3 doden).

Het noodcomité besluit dan om de 'Alphagroep' van de KGB in te zetten. doel is het parlement te bezetten en Jeltsin gevangen te nemen of te doden. De Alphagroep weigert het bevel op te volgen. De coup is in feite mislukt.

s'Morgens 21 augustus besluit Jazow het beleg rond het parlement op te heffen en de tanks verlaten de stad. Dezelfde dag wordt Gorbatsjow bevrijd en wordt hij hersteld in zijn macht (Raisa Gorbatsjow werd ziek tijdens de gevangenschap: hoge bloeddruk en tijdelijk spraakverlies).

Arrestaties van Jazow, Kroetsjkow, Jajanew, Pawlow volgen. Poego pleegt zelfmoord.

De Tweede Russische Revolutie

De maatregelen van de hervormers zijn snel en verreikend. De Communistische Partij wordt afgeschaft, de standbeelden van Lenin neergehaald, het kabinet wordt weggestuurd, de legertop en de KGB worden gezuiverd en het hoofdkwartier van de partij verzegeld. Gorbatsjow treedt af als secretaris-generaal van de partij. De eigendommen van de partij worden geconfisqueerd.

Onafhankelijkheidsverklaringen volgen direct hierop (24 augustus) van de Oekraïne (52 millioen inwoners), Wit-Rusland, Moldavië, de Centraal-Aziatische Republieken, Georgië en Armenië.

Op 5 september 1991 wordt de SU opgeheven door het Congres van Afgevaardigden.

Icom
seperator
Roosterwijzigingen
Schoolgids
Fotoalbums
Voor groep 8
In de media
seperator
TeletopCijferwebTeletop
Webmail

Zoeken in de website